Geschiedenis van het Kamerlingh Onnes Gebouw

Een beschrijving van het rijke historische verleden van het Kamerlingh Onnes Gebouw.

Big bang

De geschiedenis van het Kamerlingh Onnes Gebouw begint met een grote knal. Op maandag 12 januari 1807 meerde schipper Adam van Schie zijn schip (geladen met achttien ton buskruit) aan bij de Steenschuur. Ter hoogte van de Langebrug, waar toen nog allerlei grachtenpanden stonden. Waarschijnlijk stak Van Schie ’s-middags een pijpje op. Wat ook de oorzaak was, om kwart over vier ontplofte de lading van het schip. De knal had een verwoestende uitwerking op de omgeving, en was te horen tot in Den Haag. Er vielen vele doden, en van alle kanten stroomden mensen toe om te helpen.


Lodewijk Napoleon

Lodewijk Napoleon (inderdaad de ‘broer van’) was op dat moment koning van Nederland. Of eigenlijk konijn, zoals hij het scheen uit te spreken. Dezelfde avond spoedde hij zich naar de ramp, wat de bevolking zeer waardeerde. Hij zette zo de trend voor toekomstige, meelevende staatshoofden. Ook stroomden er drommen ramptoeristen naar Leiden, waardoor de toch al ontstane voedselschaarste nog groter werd. Een internationaal hulpverleningsprogramma moest Leiden er weer bovenop helpen. Er kwamen giften binnen uit onder andere Parijs, Bordeaux, Gent, Lissabon, Frankfurt, Bazel en Lausanne.

Van der Werff

De omgeving van de ontploffing lag na 1807 tientallen jaren onaangeroerd. Uiteindelijk besloot het stadsbestuur om aan de kant van de Garenmarkt het Van der Werff-park aan te leggen, vernoemd naar de burgemeester van Leiden tijdens de belegering door de Spanjaarden. Volgens de overlevering bood deze zijn lichaam ter consumptie aan de hongerige burgers van de stad aan. Of desnoods alleen zijn arm. Het is er niet van gekomen. Tegenover het park, aan de Steenschuur, liet de universiteit een laboratorium bouwen.

Kamerlingh Onnes

In 1882 werd de toen 29-jarige Heike Kamerlingh Onnes aangesteld in Leiden als hoogleraar experimentele natuurkunde. Hij was niet alleen een briljante wetenschapper, maar ook een echte onderzoeksmanager. Kamerlingh Onnes verzamelde overal steun en middelen om het stoffige laboratorium aan de gracht om te bouwen tot een van de meest geavanceerde onderzoekslaboratoria ter wereld. Zijn laboratorium nieuwe stijl was een plaats waar toponderzoek en onderwijs met elkaar verweven waren. Een opzet waarvan ook de huidige bestuurders en wetenschappers enthousiast worden. De bestuurlijke pijn van het vele geld dat Kamerlingh Onnes eiste voor zijn laboratorium, was snel vergeten toen hij een grootse prestatie leverde. Op 10 juli 1908 slaagde hij er in zijn laboratorium als eerste in om het gas met de laagste kritische temperatuur, helium, vloeibaar te krijgen. In 1913 ontving hij hiervoor de Nobelprijs.

Verhuizing

Met de verhuizing van exacte wetenschappen naar wat tegenwoordig het Bio-Science Park heet, keerde aan het eind van de vorige eeuw de wetenschappelijke rust weer terug aan de Steenschuur. De internationaal vermaarde Leidse Instrumentenmakersschool, in 1901 opgericht door Kamerlingh Onnes, verhuisde in 1997 naar een andere locatie. Een prachtig universitair gebouw, helemaal leeg, zo middenin de stad. Wat moest daarmee gebeuren?

Middenin de stad

Het was een oude wens van de Leidse Faculteit der Rechtsgeleerdheid om een einde te maken aan versnippering van facultaire gebouwen door de stad. Een verhuizing naar het Kamerlingh Onnes Laboratorium bood natuurlijk een prachtige kans om wetenschappers en studenten weer in één gebouw te laten samenwerken. Midden in de stad en de samenleving. In opdracht van Universiteit Leiden ontwierp architect Hans Ruijssenaers een plan voor de verbouwing van het Kamerlingh Onnes Laboratorium.

Licht als bouwmateriaal

Om het oude rijksmonument geschikt te maken voor het huisvesten van de faculteit was een intensieve verbouwing noodzakelijk. Architect Hans Ruijssenaars, die onder meer het vernieuwde Magna Plaza in Amsterdam ontwierp, heeft bij alle architectonische ingrepen prominent gebruik gemaakt van daglicht: “Licht is misschien wel het mooiste bouwmateriaal”.
Ontwerpen, zo meent Ruijssenaars, lijkt in het begin een chaotisch proces. Het programma van eisen, het geld, de geschiedenis van een gebouw en de omgeving vormen samen een groot kluwen. Maar gaandeweg verbinden de lijnen zich tot een ontwerp. Het daglicht is volgens de architect het belangrijkste bouwmateriaal. Hart van het nieuwe ontwerp is een grote bibliotheek, die de eenheid van de faculteit bekrachtigt.  
De neo-classicistische voorgevel werd geheel gerestaureerd en aan de kant van de Langebrug is een halfronde glazen nieuwbouw opgetrokken, die het pand een zeer moderne uitstraling geeft.
Ook binnen heeft een volledige renovatie plaatsgevonden: op een monumentale trap en de imposante collegezaal na, die beide in oude glorie werden hersteld, is alles vernieuwd. De open carré in het midden van het gebouw is met glas over­koepeld en biedt nu een zonovergoten plek aan de bibliotheek: met recht het hart van de faculteit! 
De aanbouw aan de Zonneveldstraat is geheel vernieuwd en er is een verdieping boven op gebouwd om plek te bieden aan de kantoren van de medewerkers. Er zijn nog twee oude details bewaard gebleven: een grote natuurstenen leestafel in het restaurant op de eerste etage, gemaakt van meerdere tafels uit het oude gebouw, en het Lorentzpoortje. 
De oude hoofdentree aan de Steenschuur is in ere is hersteld en daarmee heeft het gebouw ook een nieuw adres: Steenschuur 25.

Het Lorentzpoortje

Aan de buitenkant is al te zien dat het laboratorium niet in één keer gebouwd is. Het oudste gedeelte aan de Steenschuur, met zijn monumentale voorgevel, werd gebouwd in de zestiger jaren van de negentiende eeuw. Het nieuwste gedeelte aan de Zonneveldstraat, wat nog steeds "de nieuwbouw" wordt genoemd, in de zestiger jaren van de twintigste eeuw. Dit nieuwste gedeelte heeft ook het oorspronkelijke Instituut Lorentz opgeslokt. De theoretische natuurkundigen bewoonden daarvoor een los staande toren. Rond 1960 werd de oude toren, waar het Instituut Lorentz gehuisvest was, afgebroken, om plaats te maken voor de nieuwe vleugel van het Kamerlingh Onnes Laboratorium. Het Instituut Lorentz kreeg de derde verdieping van deze nieuwe vleugel. Van de oude toren bleef de ingangspoort bewaard, en die doet nu dienst als ingang voor de docenten van de historisch collegezaal. Op 13 september 2004 zijn de eerste rechtencolleges in het Kamerlingh Onnes Gebouw begonnen, zoals het oude laboratorium nu heet. Naast alle mooie nieuwe collegeruimtes schittert de oude collegezaal weer als vanouds. 
Een inspirerende gedachte: hier hebben Nobelprijswinnaars gewerkt en college gegeven.

Laatst Gewijzigd: 08-11-2010