Opnemen spaarverlof

Inleiding

Het is mogelijk om in een periode van 3 tot en met 5 jaar verlof te sparen en dit na de spaarperiode in 1 keer achter elkaar op te nemen.

Procedure

  • Zoals staat vermeld in artikel 11.1 van de Regeling flexibele werkduur, vakantie en verlof, mogen 72 uren per jaar worden opgespaard over een periode van drie tot maximaal vijf jaar. 
  • Deze spaartegoeden moeten binnen het jaar na afloop van de spaarperiode worden opgenomen. 
  • Indien het gespaarde verlof op een ander moment wordt opgenomen, gebeurt dit met schriftelijke goedkeuring van de leidinggevende.
  • Daarnaast dient dit te worden aangevraagd bij de Directeur Bedrijfsvoering van de faculteit. 
  • De medewerker kan pas weer verloftegoeden sparen in het kader van de Regeling flexibele werkduur, vakantie en verlof als de oude verloftegoeden zijn opgenomen.

Regelgeving

Regeling flexibele werkduur, vakantie en verlof
Artikel 11 – Meerjaren spaarvariant

1. Gedurende minimaal drie en maximaal vijf jaar kunnen jaarlijks, naast de verlofdagen genoemd in artikel 5.3, eerste lid, onder a, van de CAO, nog 72 vakantie-uren worden opgespaard ten behoeve van een langdurige, aaneengesloten verlofperiode.
2. De toepassing van de spaarvariant als bedoeld in het eerste lid mag er niet toe leiden dat het voor de werknemer beschikbaar aantal vakantie-uren onder de vier maal de voor de werknemer geldende arbeidsduur per week uitkomt.
3. De duur van het verlof is tenminste gelijk aan de duur van het totale opgespaarde verloftegoed.
4. Afhankelijk van het doel waarvoor de verlofperiode wordt ingezet, kan de leiding van een eenheid een premie beschikbaar stellen van extraverlofdagen en/of materiële middelen, waaronder reis- en verblijfskosten. Deze premie wordt vooraf in overleg met de werknemer op individuele basis schriftelijk overeengekomen.
5. Naarmate het doel waarvoor de verlofperiode wordt ingezet meer in het belang is van de organisatie, kan een grotere premie worden toegekend. In het geval dat de verlofperiode wordt aangewend voor de bevordering van de ‘employability’ van de werknemer wordt in ieder geval een premie toegekend. De leiding van een eenheid kan ervoor kiezen om het gebruik van de spaarvariant te bevorderen door middel van een gericht beleid.
6. Tenzij anders is overeengekomen, wordt het opgespaarde verlof binnen een jaar na afloop van de spaarperiode opgenomen.
7. Een werknemer wordt bij beëindiging van het dienstverband in staat gesteld het opgespaarde verlof op te nemen. Gespaard verlof dat op de datum van de beëindiging nog niet opgenomen is, vervalt. Alleen in het geval dat het bedrijfsbelang opname van het opgespaarde verlof voor de datum van de beëindiging in de weg staat, is uitbetaling van het opgespaarde verlof mogelijk.
8. Bij arbeidsongeschiktheid, ontstaan tijdens een periode waarin het opgespaarde verlof wordt opgenomen, wordt, indien de arbeidsongeschiktheid langer dan 30 dagen voortduurt, opname van het verlof opgeschort tot een nader door werkgever en werknemer te bepalen tijdstip.

Informatie

De afdeling Personeel & Organisatie, balie 4e etage, B-vleugel, 
tel. 071 527 7614/7809/7615
E-mail: personeelszaken@law.leidenuniv.nl

Laatst Gewijzigd: 20-01-2009