Onderzoek

Het Instituut voor Immigratierecht houdt zich op verschillende niveaus bezig met onderzoek.

Allereerst is er sprake van fundamenteel onderzoek in de vorm van medewerkers die een proefschrift schrijven op het terrein van immigratierecht. Daarnaast wordt ook toegepast wetenschappelijk onderzoek verricht. Veelal is dit contractonderzoek dat wordt verricht voor nationale of internationale opdrachtgevers. Het Instituut probeert in haar onderzoek actuele rechtsvragen op het terrein van het immigratierecht te onderzoeken en daarin mede te betrekken het spanningsveld tussen theorie en praktijk.

Lopend promotie-onderzoek


Drs. Ch. Mommers, the right and obligation of voluntary return for aliens without a legal status


Het promotieonderzoek van Christian Mommers richt zich op de vrijwillige terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers en andere vreemdelingen die een juridische verplichting hebben hun gastland te verlaten. Uitgangspunt hierbij is dat deze vrijwillige terugkeer vragen oproept met betrekking tot de rechten en plichten van de betrokken partijen: de vreemdeling, het gastland en het land van herkomst. Deze verschillende rechten en plichten kunnen in de praktijk botsen. In het onderzoek wordt bekeken naar de internationale, Europese en nationale juridische basis van deze rechten en plichten, de specifieke conflicten hierin, en hoe deze tegenstelling uiteindelijk zijn te verenigingen in een kader dat de belangen van alle drie de partijen betrokken bij vrijwillige terugkeer voldoende beschermt. 

Mark Klaassen MA LL.M, The meaning of the right to family reunification

Mark Klaassen is bezig met een onderzoek naar de betekenis van het recht op gezinshereniging. Zijn promotieonderzoek wordt begeleid door Prof. Rodrigues. Binnen het internationale recht hebben staten een wijde beoordelingsmarge om te bepalen of een immigrant het recht heeft om in de staat te verblijven. Echter, deze beoordelingsmarge wordt onder meer begrensd door verschillende internationaalrechtelijke bepalingen over het recht om als gezinslid van een legaal in de betreffende staat gevestigde persoon te verblijven. Zo kan een recht op toelating in bepaalde omstandigheden worden afgeleid uit artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Ook het EU recht kent verschillende instrumenten, waaronder de Richtlijn 2003/86 inzake het recht op gezinshereniging, waarin het recht op toelating als gezinsmigrant is vastgelegd. Individuen die gebruik willen maken van de uit het internationaal en Europees recht afgeleide rechten, kunnen dit in beginsel enkel doen door van de staat waar zij verblijven te verzoeken om toelating van hun gezinslid toe te staan. Hiermee zijn individuen afhankelijk van de implementatie van het internationale en Europese recht op gezinshereniging binnen het nationale rechtsstelsel van de lidstaat. In dit onderzoek gaat Mark Klaassen op zoek naar de betekenis van het recht op gezinshereniging in vier lidstaten van de EU. De lidstaten die worden vergelijken zijn Denemarken, Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk.    
 
Mariana Gkliati, LL.M (cum laude), Who's watching the watchmen? Effective legal protection against human rights violations by EU agencies in the field of migration 

Mariana Gkliati is momenteel bezig met een promotieonderzoek onder begeleiding van prof. mr. Peter Rodrigues en prof. dr. Leonard Besselink. Haar onderzoek richt zich op de juridische bescherming van individuen tegen schendingen van mensenrechten op het gebied van asiel en migratie die toerekenbaar zijn aan de EU- agentschappen Frontex, Europol, LISA en EASO. De activiteiten van de agentschappen kunnen leiden tot schendingen van de mensenrechten, bijvoorbeeld op het gebied van toegang tot de asielprocedure of bescherming van gegevens. Dit onderzoek richt zich erop om de juridische verantwoordingplicht van de agentschappen te onderzoeken en tevens te kijken naar de effectiviteit van de beschikbare nationale en Europese rechtsmiddelen.   

Het onderzoek is vooral gericht op de ontwikkelingen op het gebied van effectieve juridische bescherming op Europees niveau. Pas sinds 2009, wanneer het Verdrag van Lissabon in werking is getreden, heeft het Hof van Justitie namelijk de bevoegdheid gekregen om de legaliteit van handelingen van de EU-agentschappen te beoordelen (art. 263 VWEU). Daarnaast voorziet het Verdrag van Lissabon in de verplichte toetreding van de EU tot het EVRM en is Protocol 14 toegevoegd aan het EVRM om de toetreding te vergemakkelijken. Als  gevolg hiervan, wordt er verwacht dat individuen in de toekomst klachten zullen kunnen indienen tegen handelingen van de EU-agentschappen bij het EHRM. 

Ten slotte zal er een case study worden uitgevoerd met betrekking tot de Frontex operaties in Griekenland, met als doel om te kijken naar de juridische en praktische belemmeringen om in rechte op te komen tegen zulke schendingen.    

Gerrie Lodder, Uitbuiting van arbeidsmigranten: bestrijding van mensenhandel en bescherming van slachtoffers   
  
Arbeidsmigranten zijn een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt. Dit geldt in sterke mate voor migranten die illegaal in een staat verblijven, maar ook voor migranten van wie het verblijfsrecht afhangt van het hebben van betaald werk, of migranten die door een taal en/ of kennis achterstand minder goed op de hoogte zijn van hun rechten. De uitbuiting van arbeidsmigranten als een bijzondere categorie van kwetsbare werknemers staat zowel op internationaal als op nationaal niveau op de politieke agenda. Met de inwerkingtreding van het VN Palermo Protocol in 2003 wordt de uitbuiting van mensen in een arbeidssituatie beschouwd als een bijzondere vorm van mensenhandel. De benadering van mensenhandel op basis van het Palermo Protocol is een strafrechtelijke benadering gericht op handhaving en bestrijding van het delict mensenhandel. In Nederland is de definitie van mensenhandel uit het Palermo protocol vertaald in artikel 273f Wetboek van Strafrecht. 
Bestrijding van arbeidsuitbuiting van migranten via het strafrecht is slechts een van de mogelijke benaderingen. Andere juridische mogelijkheden zijn via de handhaving van arbeidswetgeving en de Wet arbeid vreemdelingen. Ook het Unierecht biedt handvatten om de positie van migrerende arbeiders te beschermen, zowel als het gaat om unieburgers als en aanzien van derdelanders. Dit onderzoek richt zich op de vraag welke juridische mogelijkheden er zijn er binnen het internationale en nationale recht om de uitbuiting van arbeidsmigranten in Nederland te bestrijden en de vraag of deze juridische mogelijkheden toereikend zijn.    

Uitgevoerd promotie-onderzoek

Mr. M. Reneman, The fundamental right of fair asylum procedures in the European Community

Marcelle Reneman is in 2013 gepromoveerd op haar proefschrift “EU Asylum Procedures and the Right to an Effective Remedy”. Het onderzoek laat op basis van Europese rechtspraak zien dat het EU recht op een effectief rechtsmiddel belangrijke waarborgen bevat voor asielzoekers. Zo wordt geconcludeerd dat dit recht verbiedt dat asielzoekers het land worden uitgezet voordat het asielverzoek is afgewezen, de asielzoeker de kans heeft gehad beroep in te stellen tegen deze beslissing én de rechter deze beslissing intensief heeft getoetst.  Via het EU recht op een effectief rechtsmiddel kan de asielprocedurerichtlijn asielzoekers meer bescherming bieden dan gedacht. Asielzoekers zijn beter af mét de richtlijn dan zonder.  

C. Smyth (B.A., LL.B, LL.M), Rights of the child in EC immigration and asylum legislation


The research anticipates the coming together of two areas of law: the child rights in the Charter of Fundamental Rights and the Common European Asylum System. Previously, the connection was tenuous: the Charter was not legally binding and therefore there was no legal requirement that phase one CEAS should strictly conform to the rights therein. Now the connection is clear: the Charter it legally binding, ergo phase two CEAS must comply with it. In this context, this thesis seeks to explore the meaning of the child-specific rights in the Charter, in general and abstract terms, and in the specific context of asylum, in order to ascertain whether the rights are respected in the CEAS instruments.

Dr. Suzanne Guevremont, Formation du droit européen de l'immigration  

Het onderwerp van deze dissertatie ressorteert onder het thema Securing the Rule of Law in a World of Multi Level Jurisdiction van het E.M. Meijers Instituut. Het proefschrift van S. Guèvremont geeft een uitgebreid overzicht van de juridische en politieke context waarin de EG-richtlijnen inzake gezinshereniging en langdurig ingezetenen werden ontworpen. Het boek beschrijft het totstandkomingproces en de inhoud van de richtlijnen en bevat aanbevelingen voor toekomstige aanpassingen. In het bijzonder stelt het proefschrift de vragen aan de orde in hoeverre de richtlijnen een normatieve rechtvaardiging bieden voor het verschil in behandeling tussen EU burgers en niet-EU burgers, de mate waarin de verplichtingen in de richtlijnen bindende kracht hebben en de zekerheid die de richtlijnen bieden aan belanghebbenden.

Mr.dr. Kees Wouters, State responsibility in international law for the protection of individuals against refoulement  

Dit proefschrift verkent de reikwijdte van het recht van elke gedwongen migrant om beschermd te worden tegen refoulement. Het verbod van refoulement vormt de hoeksteen van het internationale vluchtelingen- en asielrecht en beoogt personen te beschermen tegen vervolging, marteling en andere mensenrechtenschendingen bij terugkeer naar het land van oorsprong. Het onderzoek van Wouters bevat een systematische vergelijking van het verbod van refoulement neergelegd in vier verdragen: het Vluchtelingenverdrag, het EVRM, het IVBPR en het Antifolterverdrag.  

Mr.dr. Maarten den Heijer, Europe and extraterritorial asylum

Het onderzoek van Den Heijer betreft een zeer actueel thema: de toenemende teneur bij staten om in te grijpen in de reis van asielzoekers nog voordat zij de landsgrenzen hebben bereikt. Hij onderzoekt de verdedigbaarheid van de stelling dat Europese staten die zich inspannen om de bewegingen van asielzoekers buiten hun grondgebied onder controle te krijgen, verantwoordelijk blijven onder de gelding van het internationale recht voor mogelijke schade die voortvloeit uit de sfeer van hun activiteit. Zijn boek gaat in op hoe vluchtelingenrecht en mensenrechten beantwoorden aan een fenomeen waarbij staten in externe activiteit mengen en samenwerking aangaan met andere actoren in de context van migratiebeleid. 

Derde-geldstroomonderzoek


Onderzoek naar minderjarige slachtoffers van mensenhandel


In 2014 is Stefan Kok gestart met een onderzoek naar de vreemdelingrechtelijke procedures die van toepassing zijn in zaken van minderjarige slachtoffers van mensenhandel. In 2014 is een adviesgroep samengesteld met vertegenwoordigers van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, Nidos (Jeugdbescherming voor vluchtelingen), de Nationaal Rapporteur Mensenhandel  en academici. Het onderzoek zal zich met name richten op de keuzes die vertegenwoordigers maken voor hetzij de asielprocedure hetzij specifieke verblijfsvergunningen voor slachtoffers van mensenhandel. Deze laatste verblijfsvergunningen zijn gekoppeld aan het strafrechtelijk onderzoek naar mensenhandelaren. Het onderzoek wordt gefinancierd door het Gratamafonds. In 2015 zal een rapport worden uitgebracht met bevindingen en aanbevelingen.

Kinderrechtenmonitor

Op 16 december 2014 presenteerde Marc Dullaert, Kinderombudsman, samen met Peter Rodrigues in Perscentrum Nieuwspoort de Kinderrechtenmonitor 2014. De afdeling Jeugdrecht van de Universiteit Leiden schreef in samenwerking met het Instituut voor Immigratierecht in opdracht van de Kinderombudsman een adviesrapport voor de Kinderrechtenmonitor.   In dit adviesrapport zijn drie hoofdzorgen geformuleerd met betrekking tot de naleving van de rechten van kinderen. Ten eerste bestaan er grote zorgen over de ophanden zijnde decentralisatie van de jeugdhulp, de bezuinigingen die daarmee gepaard gaan en de toegankelijkheid van de jeugdhulp in de toekomst. Ten tweede komt in de monitor naar voren dat een aantal groepen kinderen extra kwetsbaar zijn, wat betreft de waarborging van hun rechten. Dit zijn bijvoorbeeld kinderen die het slachtoffer zijn van mishandeling, seksueel misbruik of mensenhandel en kinderen die in armoede opgroeien. Tot slot wordt er geconcludeerd dat de belangen van kinderen niet altijd de eerste overweging vormen bij de beslissingen die genomen worden door de overheid, bijvoorbeeld ten aanzien van bezuinigingen. In de Kinderrechtenmonitor wordt dan ook gepleit voor de invoering van een kind-effectrapportage bij elk nieuw wetsvoorstel dat van invloed is op kinderen en jongeren. Met de invoering van een dergelijk mechanisme kan er vanaf de start van de ontwikkeling van nieuwe wet- en regelgeving getoetst worden of deze voldoet aan de principiële rechten van kinderen.   Het domein Minderjarige vreemdelingen is door Stefan Kok en Peter Rodrigues verzorgd. Twee belangrijke aandachtspunten op dit terrein zijn dat de belangen van kinderen niet altijd de eerste overweging vormen bij de beslissingen die genomen worden door de overheid en de rechterlijke macht en de extra kwetsbaarheid van kinderen die het slachtoffer zijn van mensenhandel.  

Rijkswet op het Nederlanderschap

Gerrie Lodder en Peter Rodrigues zijn in 2012 begonnen met het schrijven van een artikelsgewijze tekst en toelichting bij de Rijkswet op het Nederlanderschap. In 2014 hebben zij dit commentaar geactualiseerd. Het commentaar is digitaal bij Sdu Uitgevers op nationaliteitsrecht.nl gepubliceerd.  

Laatst Gewijzigd: 02-07-2015