De masterscriptie
Hier vind je informatie over het schrijven van de Masterscriptie bij de afdeling Staats- en bestuursrecht.
- Inleiding
- Het kiezen van een onderwerp
- Overleg met de scriptiecoördinator
- Aan de slag
- Scriptieplanning en begeleiding
- Veel succes!
Inleiding
De scriptie vormt het sluitstuk van de masterspecialisatie Staats- en bestuursrecht. Alle kennis, onderzoeks- en schrijfvaardigheden die je gedurende de master hebt opgedaan, zullen van pas komen bij het schrijven van de scriptie. Daarom zul je in beginsel eerst alle mastervakken met succes moeten hebben afgerond voordat je kunt beginnen met het schrijven van een masterscriptie. In uitzonderingsgevallen kan van deze hoofdregel worden afgeweken, bijvoorbeeld voor studenten die in februari zijn ingestroomd in de master. Dat neemt niet weg dat je al eerder kunt beginnen met het nadenken over mogelijke scriptieonderwerpen op een terrein dat jou aanspreekt. Dit wordt zelfs van harte aangeraden. Het vinden van een geschikt scriptieonderwerp blijkt in de praktijk vaak veel tijd te vergen, dus hoe eerder je daarmee begint, hoe beter. Hieronder volgt informatie die voor elke student die staats- en bestuursrechtelijk wil afstuderen, van belang kan zijn.
Het kiezen van een onderwerp
De keuze van een geschikt onderwerp is in de eerste plaats afhankelijk van je eigen interesse. Die interesse is belangrijk, want een scriptie schrijven is voor de meeste studenten toch een hele klus. Een onderwerp dat je zelf boeiend vindt, verlicht de last. Bovendien wordt bij sollicitaties na je studie nogal eens gevraagd naar je masterscriptie. Het is dan van belang dat je daarover geïnteresseerd kunt vertellen. Voor het schrijven van een masterscriptie is het goed om al in een vroeg stadium één of meerdere onderwerpen te vinden waar je over zou willen schrijven. Houd daarbij wel in de gaten dat het scriptieonderwerp ‘voldoende juridisch’ moet zijn (er moet een probleemstelling geformuleerd kunnen worden waar je met je juridische kennis en expertise aan de hand van voornamelijk juridische bronnen een goed gemotiveerd antwoord op kunt geven) en daarnaast voldoende raakvlakken moet hebben met de onderzoeksterreinen die binnen de afdeling Staats- en bestuursrecht worden bestreken (er moet immers wel een docent beschikbaar zijn die voldoende thuis is in het scriptieonderwerp om je te kunnen begeleiden). Welke onderzoeksterreinen dat zijn, zal je in de loop van de master wel duidelijk zijn geworden, want die onderzoeksterreinen komen ook in de diverse mastervakken aan de orde. Als je een nader beeld wilt krijgen van de onderzoeksterreinen die door de docenten van de afdeling Staats- en bestuursrecht worden bestreken, kijk dan eens bij de persoonlijke informatie over die docenten elders op deze site.
Veel studenten stuiten tijdens het volgen van de mastervakken al op een scriptiethema. Mocht dat voor jou niet het geval zijn, ga dan eens op zoek op internet of in de faculteitsbibliotheek. Kijk eens naar berichten over recente wetsvoorstellen of beleidsplannen op websites als www.wetten.nl, www.overheid.nl, www.rijksoverheid.nl, www.publiekrechtenpolitiek.nl of www.recht.nl. Blader eens door recente jaargangen van staats- of bestuursrechtelijke tijdschriften (bijvoorbeeld: Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht, Tijdschrift voor Constitutioneel Recht, Nederlands Tijdschrift voor de Mensenrechten, Bestuurswetenschappen, JB Plus) om te zien over welke onderwerpen daar zoal wordt gepubliceerd. Ook een mogelijke bron van ideeën: In het Nederlands Juristenblad worden jaarlijks Kronieken gepubliceerd met daarin tal van actuele ontwikkelingen op het gebied van het staats- en bestuursrecht. Het NJB publiceert Kronieken over het constitutionele recht, het algemeen bestuursrecht en de mensenrechten. Je moet even zoeken, maar dan heb je wel een reeks van mogelijke onderwerpen.
Uiteraard verdient het aanbeveling om zelf met een voorstel voor een scriptieonderwerp te komen. Mocht dat onverhoopt niet lukken, dan kun je nog kijken op de lijst met scriptiesuggesties van medewerkers van de afdeling Staats- en bestuursrecht. Deze suggesties sluiten vaak nauw aan bij onderzoek(sinteresses) van deze medewerkers.
Overleg met de scriptiecoördinator
Heb je eenmaal een onderwerp of een idee daarover, vraag dan bij de scriptiecoördinator na of je met dat onderwerp aan de slag kunt gaan. De scriptiecoördinator kijkt dan welke docent beschikbaar is als scriptiebegeleider. Uiteraard kun je ook bij de scriptiecoördinator terecht als je ondanks bovengenoemde suggesties na verloop van tijd nog steeds geen geschikt onderwerp hebt weten te vinden. De scriptiecoördinator van de afdeling Staats- en bestuursrecht is mr. dr. P.C. (Paul) Adriaanse.
Aan de slag
Kennismaking met de begeleider en een opzet voor de scriptie
Als je eenmaal een onderwerp hebt gekozen, dan zal de scriptiecoördinator je in contact brengen met een scriptiebegeleider. Met hem/haar kun je dan een afspraak maken voor een kennismaking en eerste uitwisseling van gedachten over het scriptieonderwerp. De begeleider zal je na die eerste gedachtewisseling op pad sturen met de opdracht om een eerste opzet van je scriptie samen te stellen. Een eerste opzet bestaat altijd uit een zestal onderdelen, namelijk een beknopte inleiding, een probleemstelling, een uitgewerkte vraagstelling, een weergave van de opbouw van de scriptie, een verantwoording van de onderzoeksmethode(n) en een eerste versie van de bronnenlijst. De opzet maakt zo onder meer duidelijk hoe je tegen het onderwerp aankijkt, hoezeer je je al in de materie hebt verdiept en in welke richting je afstudeerscriptie zich in eerste instantie zal begeven. Aan de hand van die eerste opzet kan de scriptiebegeleider beoordelen of je met je scriptieonderzoek de goede kant op gaat, of je een goed afgebakende probleemstelling hebt geformuleerd, of je de relevante vragen/leerstukken/literatuur/jurisprudentie bij je onderzoek betrekt en deze in een logische volgorde gaat behandelen.
Een beknopte inleiding
Het eerste hoofdstuk van je scriptie is de inleiding, met daarin vier van de vijf genoemde onderdelen van je scriptieopzet (de literatuurlijst staat uiteraard achteraan). Die inleiding kan je vaak pas definitief schrijven als de sciptie bijna af af, maar voor je scriptieopzet is het wel belangrijk dat je al bij aanvang in ongeveer anderhalve pagina aangeeft hoe je tot het onderwerp bent gekomen: de aanleiding. Het is natuurlijk de bedoeling dat je dat al direct juridisch inhoudelijk aanpakt. Je kunt iets van je persoonlijke betrokkenheid of bewogenheid ten aanzien van het scriptieonderwerp aangeven, maar maak een en ander niet te persoonlijk. Geef de inleiding ook direct de nodige diepgang en blijf niet hangen in oppervlakkige stellingnames als ‘ik vind dat de rechter niet teveel op de stoel van de wetgever mag gaan zitten’. Het is beter om een inleiding meer te objectiveren, bijvoorbeeld: ‘In de rechtspraak doen zich diverse situaties voor
waarin de rechter voor het dilemma wordt geplaatst of het bieden van rechtsherstel in het concrete geval wel past binnen zijn rechtsvormende taak’.
De probleemstelling
Van de opzet is het schrijven van een goede probleemstelling verreweg het moeilijkste onderdeel. Je zal bijvoorbeeld in de loop van je scriptieonderzoek wel bemerken dat er de nodige haken en ogen zitten aan dit beginpunt van je scriptie, ondanks het feit dat je zoveel aandacht hebt besteed aan een goede probleemstelling. Waar het op neer komt is dat je bij aanvang van je scriptieonderzoek een probleem inventariseert. Je beschrijft het probleem kort en probeert aan te geven wat de relevantie van het probleem is: waarom ga je het onderzoeken? Probeer maar eens in een alinea (zo’n tien à vijftien regels) heel scherp te formuleren waarom je het onderwerp dat je hebt gekozen problematisch vindt en waarom het probleem dient te worden opgelost. Iets anders geformuleerd: je moet oog hebben voor de beschrijvende kant van je probleemstelling (Hoe ziet het probleem er feitelijk uit?), en voor de normatieve kant (Is dit een goede of slechte zaak? Waar zie ik mogelijke oplossingen?). Beide aspecten zijn bij je aanvankelijke probleemstelling alleen aangestipt, je gaat immers zoeken naar mogelijke oplossingen en je zal gedurende het schrijven van je scriptie de probleemstelling ongetwijfeld nog wel wat aanpassen. Houd bij het opstellen van de probleemstelling echter reeds vanaf het begin in de gaten dat je moet toewerken naar een voldoende afgebakende vraag waarover binnen het bestek van een masterscriptie (d.w.z. minimaal 10.000 en maximaal 15.000 woorden) met voldoende diepgang conclusies getrokken kunnen worden.
De vraagstelling en opbouw van de scriptie
De probleemstelling leidt uiteindelijk tot één overkoepelende juridische onderzoeksvraag. Dat is de hoofdvraag, met andere woorden de vraag die je in je scriptieonderzoek gaat beantwoorden ten einde het door jou geconstateerde probleem op te lossen. Om die hoofdvraag te kunnen beantwoorden, zul je doorgaans eerst allerlei deelvragen moeten beantwoorden. Het bijzondere aan deze deelvragen is dat zij in belangrijke mate de volgorde van de inhoudsopgave van de scriptie bepalen. Schrijf na je probleemstelling ook je vraagstelling uit door aan te geven wat je per hoofdstuk ongeveer wilt gaan onderzoeken. Je kunt proberen te vermijden een opsomming van vragen te geven (‘In hoofdstuk zal worden onderzocht…’; De aandacht gaat daarbij uit naar…’; ‘In navolging van deze paragraaf zal … verder worden behandeld’). De opsomming van vragen komt wel weer in je inhoudsopgave, vaak geven de genummerde hoofdstukken en de paragrafen namelijk je onderzoeksvragen in de juiste volgorde weer. Vaak passen de uitgewerkte vraagstelling en de inhoudsopgave precies op elkaar
Verantwoording van de onderzoeksmethode(n)
Om wetenschappelijk te kunnen verantwoorden hoe je tot een beantwoording van de centrale vraagstelling wilt komen, is het ook van belang in het plan van aanpak op te schrijven welke onderzoeksmethode(n) je gaat hanteren. Met andere woorden, ook geef je aan hoe je het probleem (en mogelijk de oplossing) gaat onderzoeken. De typisch juridische onderzoeksmethode bestaat meestal hoofdzakelijk uit bestudering van primaire juridische bronnen (zoals verdragen, wet- en regelgeving, parlementaire stukken en rechtspraak) en secundaire bronnen (zoals juridische handboeken en artikelen). Daarbinnen kun je nog specificeren wat je precies gaat onderzoeken, bijvoorbeeld op welke trefwoorden je gaat zoeken in juridische databanken en binnen welke tijdsperiode. In overleg met de scriptiebegeleider kan aanvullend uiteraard ook nog voor een andere (bijv. meer empirische) onderzoeksmethode worden gekozen. De mogelijkheden daarvoor zullen onder meer afhangen van jouw kennis en vaardigheden op dat terrein en de beschikbare tijd.
De voorlopige bronnenlijst
De voorlopige bronnenlijst die je tezamen met de scriptieopzet aanlevert bij de scriptiebegeleider zal minimaal zo’n twintig verschillende bronnen (artikelen, boeken, handboeken, jurisprudentie, internetbronnen, etc.) beslaan. Dit geeft weer hoeveel je al van het onderwerp hebt gelezen en wat het instapniveau van het onderzoek is. Deze publicaties hoeven niet allemaal exact jouw onderwerp als thema te hebben. Ook meer algemene publicaties over staats- en bestuursrechtelijke leerstukken kunnen relevant zijn. De beknopte inleiding tenslotte maakt duidelijk welke juridische, rechtspolitieke, maatschappelijke ontwikkelingen, of welke rechterlijke uitspraak dan wel andere relevante gebeurtenis voor jou de aanleiding hebben gevormd om het gekozen onderwerp te problematiseren en te onderzoeken.
Tips
Kijk voor tips en aanwijzingen over o.m. het opstellen van een probleemstelling in:
-
de facultaire scriptiehandleiding en/of
-
I. Curry-Sumner e.a., Onderzoeksvaardigheden. Instructie voor juristen, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2010.
In de facultaire scriptiehandleiding vind je trouwens ook een indicatie van de beoordelingscriteria voor scripties, waaraan je globaal kunt aflezen van welk niveau een scriptie moet zijn om voor een bepaald cijfer in aanmerking te komen.
Zie voor meer algemene informatie over het schrijven en structureren van juridische betogen:
-
Het Leids Plan;
-
De handleiding schriftelijke opdrachten van de afdeling Staats- en bestuursrecht (waarin je trouwens ook de belangrijkste regels over plagiaat aantreft);
Scriptieplanning en begeleiding
Wanneer schrijven aan de scriptieopzet?
Het schrijven van een masterscriptie levert een student de laatste 10 ECTS op. Voor het schrijven van de scriptie is een periode van 280 uur in de Master gereserveerd in het tweede deel van het tweede semester (maart tot en met juni). Het is de bedoeling dat de studenten die instromen in september – het eerste semester van de Master – ook daadwerkelijk in maart met hun scriptie beginnen. Dit betekent dat je de relatief rustige onderwijsperiode in januari en de maanden februari en maart aangrijpt om je te verdiepen in een onderwerp en je de scriptieopzet samenstelt. Uiterlijk 6 april 2012 meld je je met een gemotiveerde keuze voor een ondewerp bij de scriptiecoördinator voor het maken van een afspraak met een scriptiebegeleider.
Planning en de begeleiding
Het is belangrijk om te weten dat in de periode juli-augustus doorgaans niet veel scriptiebegeleiding kan worden gegeven, aangezien dat de periode is waarin veel docenten op vakantie gaan en waarin zij voorts hun eigen onderzoek hebben te doen.
Als je nog in dit collegejaar wilt afstuderen, moet je uiterlijk op de laatste werkdag van augustus je afstuderen aanvragen bij het OIC en dus een scriptiecijfer hebben. Wil de docent jouw scriptie tijdig kunnen beoordelen en door een tweede lezer kunnen laten checken, dan moet de eindversie van jouw scriptie uiterlijk 16 juli 2012 worden ingeleverd. Onder voorwaarde dat deze eindversie met een zes of hoger wordt beoordeeld, kan je er alleen dan zeker van zijn dat je je master nog binnen dit collegejaar kunt afronden. Verzeker je er tijdig van dat jouw scriptiebegeleider in deze periode beschikbaar zal zijn om de eindversie te beoordelen. Mocht dat niet het geval zijn, dan zul je de inleverdatum in overleg moeten vervroegen. Om deze deadline te kunnen halen zul je begin mei met je scriptiebegeleider de scriptieopzet moeten hebben besproken, zo leert de ervaring.
Concreet betekent dit dat voor studenten die in september 2011 met de master zijn begonnen, de volgende data van belang zijn:
-
Februari/maart 2012: oriënteren op onderwerp
-
Uiterlijk 6 april 2012: onderwerp melden bij scriptiecoördinator mr. dr. P.C. (Paul) Adriaanse
-
Eind april 2012: inleveren volledige scriptieopzet
-
Uiterlijk 16 juli 2012: inleveren eindversie van de scriptie
Scriptieplanning voor de februari-instromers
Voor studenten die in het tweede semester van het collegejaar instromen in de Master, is het de bedoeling dat zij in de periode die staat gereserveerd voor het daadwerkelijke schrijven aan de afstudeerscriptie (maart tot en met juni) zich gaan verdiepen in een onderwerp en de scriptieopzet samenstellen. Ondanks het drukke eerste semester van het opvolgende collegejaar dat zich dan nog aandient, kunnen zij in de tweede helft van dat semester toch voortvarend aan de slag met de afstudeerscriptie. Voor deze groep studenten is het sowieso aan te raden om reeds bij de eerste oriëntatie op een mogelijk scriptieonderwerp contact op te nemen met de scriptiecoördinator, zodat ‘afspraken op maat’ gemaakt kunnen worden. Het is in elk geval de bedoeling dat deze studenten zich vóór 1 oktober 2012 melden bij de scriptiecoördinator met hun scriptieopzet.
Het maken van afspraken
Het scriptietraject veronderstelt dat je goed contact blijft houden met je begeleider. Het komt nog wel eens voor dat studenten vast komen te zitten en zich lange tijd niet meer (durven te) melden bij hun begeleider. Dat is gek, want je begeleider is er juist om je verder op weg te helpen. Zorg ervoor dat je consequent reageert op e-mails en dat je je afspraken nakomt, of dat je het op zijn minst gewoon eerlijk zegt als je het niet redt een bepaald hoofdstuk op tijd in te leveren. Mede vanwege het feit dat je 'groeit' in je onderwerp en er zoiets bestaat als een voortschrijdend inzicht dat je gedurende het schrijven van je scriptie ontwikkelt, kan het raadzaam zijn om in overleg met je begeleider regelmatig een hoofdstuk in te leveren, in plaats van in één keer de gehele scriptie. Daardoor krijgt jouw begeleider de gelegenheid om tussentijds feedback te geven op de door jou geschreven teksten. Met die feedback kun je vervolgens weer aan de slag.
Eindbeoordeling
Na diverse begeleidingsgesprekken en beoordelingsmomenten kom je zover dat je een eindversie van de scriptie gaat aanleveren. Deze eindversie wordt niet alleen beoordeeld door je begeleider, maar ook door een zogenoemde 'tweede lezer'. Deze tweede lezer wordt aangezocht door je scriptiebegeleider. Een digitaal exemplaar van je eindversie wordt met behulp van speciale software op mogelijke plagiaat gecontroleerd.
De tijd die nodig is voor de eindbeoordeling is doorgaans twee weken, tenzij daar afwijkende afspraken over zijn gemaakt met je begeleider (let op: in de zomermaanden kunnen vanwege vakanties ruimere termijnen gelden). Dit betekent dat je bij het aanvragen van je afstuderen voor een bepaalde datum rekening dient te houden met die leestermijn. Houd er trouwens ook rekening mee dat je cijfer uiterlijk twee weken voor een afstudeersessie moet worden ingeleverd bij het Onderwijs Informatie Centrum (OIC); dat betekent dat je scriptiecijfer doorgaans rond de 10e van de maand naar het OIC moet worden verzonden.
Voorafgaand aan een eindgesprek over je scriptie dien je twee uitgeprinte exemplaren - al dan niet ingebonden – in te leveren bij je begeleider. Je kunt dan niets meer aan de scriptie veranderen. Naast de papieren exemplaren vragen we je een digitale versie aan te leveren, in Word- of pdf-formaat. Het is niet nodig op de digitale versie al je gegevens te vermelden: adresgegevens en telefoonnummers kunnen achterwege blijven. Het moet wel duidelijk zijn wie de scriptie heeft geschreven (naam, studentnummer), wanneer de eindversie van de scriptie is ingeleverd en wie de scriptiebegeleider is geweest.
In het eindgesprek dat je met je begeleider hebt, krijg je te horen met welk cijfer de scriptie is gehonoreerd en kan je over de scriptie en het begeleidingstraject napraten. Je scriptiebegeleider zal je na afloop van dit gesprek ook vragen om de digitale master-exitenquête in te vullen, waarin je zelf kunt aangeven hoe je de master hebt ervaren en wat je de goede en minder goede punten/onderdelen van de master vond.
Je krijgt zelf een afschrift van het cijferbriefje en daarmee kun je je melden bij het OIC om je afstuderen aan te vragen.
Veel succes!
We hopen dat je zo genoeg informatie hebt om alvast te gaan nadenken over het schrijven van een scriptie voor de masterspecialisatie staats- en bestuursrecht. Mocht je nog vragen hebben, dan kun je uiteraard contact opnemen met de scriptiecoördinator mr. dr. P.C. (Paul) Adriaanse.