De afstudeerscriptie
Hier vind je informatie over het schrijven van de (afstudeer)scriptie bij de afdeling Straf- en Strafprocesrecht.
- Inleiding
- Het kiezen van een onderwerp
- Een eerste opzet van je scriptie
- De scriptiecoördinator
- Scriptieplanning
- Het begeleidingstraject
Inleiding
Het is goed om je zo vroeg mogelijk in de Masterfase te gaan bezighouden met datgene waar het toch op uitdraait: het schrijven van een afstudeerscriptie. Het is erg nuttig om bij de vakken die je volgt te ontdekken welke onderzoeksgebieden je goed liggen en je interesseren, en ook om de schriftelijke vaardigheden die je opdoet bij vakken als Practicum en Privatissimum te kunnen aanwenden voor het schrijven van je afstudeerscriptie. Hier volgt de informatie die voor elke student die strafrechtelijk wil afstuderen, van belang kan zijn.
Het kiezen van een onderwerp
Het begin
Voor het schrijven van een afstudeerscriptie is het goed om al in een vroeg stadium één of meerdere onderwerpen te vinden waar je over zou willen schrijven. Als eerste voorwaarde geldt dat voor een strafrechtelijke scriptie het onderwerp ‘voldoende juridisch’ én ‘voldoende strafrechtelijk’ is, dat wil zeggen dat er een strafrechtelijke benadering van het onderwerp mogelijk is. Het is vaak zo dat scriptieonderwerpen worden ingegeven door onze Mastervakken als Ideeëngeschiedenis, Penitentiair recht, Recht Realiseren (Rechtshandhaving), Criminaliteit & Sanctionering en Internationaal & Europees recht. Ook de onderwerpen die aan de kaak worden gesteld in het Practicum of het Privatissimum kunnen leiden tot ideeën voor een onderwerp. Probeer in je onderwerpkeuze wel los te komen van de onderwerpen die je al heel concreet bij de Mastervakken hebt behandeld.
Vrije keuze
De keuze van een geschikt onderwerp is vooral een kwestie van je eigen interesse en gericht zoeken. Interesse is belangrijk, want een scriptie schrijven is voor de meeste studenten toch een hele klus. Een onderwerp dat je zelf boeiend vindt, verlicht de last. Laat je niet van de wijs brengen door medestudenten die zeggen dat er onderwerpen zijn waarover je niet zou mogen schrijven, bijvoorbeeld omdat een andere student daar al over heeft geschreven. Geen enkel onderwerp geniet een beschermde status en er is ook geen onderwerp dat is verboden. Natuurlijk is het wel leuk als je een origineel thema weet aan te snijden. Een gesprekje met de scriptiecoördinator kan je daar ongetwijfeld bij helpen. Als je eenmaal een onderwerp hebt bedacht, vraag dan voor de zekerheid na of je met dat onderwerp aan de slag kunt gaan. Los van de vrijheid die je hebt in je onderwerpkeuze, kan het namelijk zo zijn dat een bepaald onderwerp al zo vaak is beschreven (in scripties of in het algemeen) dat het erg moeilijk wordt een scriptiebegeleider te vinden.
Voorbeelden
Er zijn studenten die van begin af aan weten wat hen interesseert. De ene student heeft als hobby het werken met computers en het bouwen van de meest complexe netwerken; wellicht dat hij of zij zich wil verdiepen in de opsporing van strafbare feiten door middel van ICT-toepassingen of in computercriminaliteit. Een andere student heeft weer veel affiniteit met voetbal en zal zich willen verdiepen in de aanpak van voetbalgerelateerd geweld of het strafrecht als ultimum remedium bij ernstige overtredingen op het voetbalveld. Weer een andere student heeft in de Bachelorfase van de studie een keuzevak gevolgd, bijvoorbeeld op het gebied van het jeugdrecht, de forensische psychiatrie of de criminalistiek, dat hij of zij voor zijn scriptieonderzoek dat terrein nader wil verkennen, bijvoorbeeld met de vraag onder welke voorwaarden op jeugdigen het volwassenenstrafrecht mag worden toegepast en wat daarvan is te verwachten.
Zoeken naar een onderwerp
Meestal is het echter zo, dat een student nog niet zo goed weet welk onderwerp hij of zij zal kiezen. In dat geval adviseren wij studenten zich op het internet en in de bibliotheek van de Faculteit te verdiepen in bijvoorbeeld recente wetsvoorstellen en wetswijzigingen (www.wetten.nl, www.minjus.nl, www.recht.nl) , in kamervragen die aan de minister van Justitie worden gesteld, in onderwerpen die worden besproken in vakbladen (denk aan Ars Aequi, Delikt & Delinkwent, het Nederlands Juristenblad, Strafblad, Nieuwsbrief Strafrecht, Proces), in krantenartikelen en journaals op televisie om ideeën op te doen. Je moet even zoeken, maar dan heb je wel een reeks van mogelijke onderwerpen.
Even doorzoeken
Kijk vooral verder dan je neus lang is: in het NJB wordt er bijvoorbeeld tweejaarlijks een Kroniek van het straf(proces)recht afgedrukt, met daarin tal van actuele, maar misschien voor studenten minder voor de hand liggende ontwikkelingen op het gebied van het straf(proces)recht. Op de websites van het Ministerie van Justitie en het Openbaar Ministerie worden vaak interessante beleidsplannen gepresenteerd die de nodige consequenties hebben voor de strafrechtspraktijk en ingrijpende voorstellen die de beginselen van ons strafproces of de materieelrechtelijke leerstukken onder druk zetten. Ook worden op de websites van het Openbaar Ministerie en de rechtspraak hele dossiers bijgehouden over spraakmakende onderwerpen. De meeste tijdschriften geven maandelijks een mooi overzicht van recente strafrechtelijke jurisprudentie; Delikt & Delinkwent bespreekt bijvoorbeeld met regelmaat ontwikkelingen in de rechtspraak per thema. Het Strafblad werkt elke twee maanden met een themanummer rondom een actueel onderwerp. Vergeet ook niet jezelf te abonneren op allerlei gratis nieuwsbrieven en rss-feeds van de genoemde websites en bekende juridische uitgevers zoals Kluwer en Sdu (beperk je wel tot het thema straf(proces)recht).
Geen lijsten met scriptieonderwerpen
Het is de bedoeling dat je zelf een onderwerp bedenkt en op papier zet, al dan niet met de hulp van de scriptiecoördinator. Op onze afdeling hebben we helaas geen lijst van onderwerpen waaruit de student een scriptieonderwerp kan kiezen. Gezien het aantal instromers per collegejaar is het niet te doen voor alle studenten geschikt scriptieonderwerpen te bedenken. Het is bovendien toch vaak zo dat een student met een zelfbedacht onderzoek langer gemotiveerd blijft om het onderzoek af te ronden. Soms geeft een docent aan de scriptiecoördinator een thema door waarop hij of zij graag nader onderzoek zou willen doen en waarbij de scriptiebegeleiding van een student hem of haar kan helpen. Ook dan loont het de moeite even langs te gaan bij de scriptiecoördinator.
Een eerste opzet van je scriptie
Een opzet is nodig om een begeleider te krijgen
Heb je eenmaal een onderwerp gekozen, dan is het de bedoeling dat je een eerste opzet van je scriptie samenstelt. Met deze eerste opzet wordt het voor de scriptiecoördinator mogelijk om een geschikte begeleider voor je te zoeken die minstens net zoveel interesse heeft in het onderwerp als jijzelf. Mocht je nog niet eerder contact hebben gezocht met de scriptiecoördinator (je zou al een afspraak kunnen hebben gehad omdat je het erg lastig vond een geschikt onderwerp uit te denken), dan is dit het aangewezen moment. Een eerste opzet bestaat altijd uit een vijftal onderdelen, namelijk een beknopte inleiding, een probleemstelling, een uitgewerkte vraagstelling, een korte inhoudsopgave en een eerste versie van de literatuurlijst. De opzet maakt zo onder meer duidelijk hoe je tegen het onderwerp aankijkt, hoezeer je je al in de materie hebt verdiept en in welke richting je afstudeerscriptie zich in eerste instantie zal begeven.
Een beknopte inleiding
Het eerste hoofdstuk van je scriptie is de inleiding, met daarin vier van de vijf genoemde onderdelen van je scriptieopzet (de literatuurlijst staat daar natuurlijk niet in). Die inleiding kan je vaak pas achteraf helemaal goed uitschrijven, maar voor je scriptieopzet is het wel belangrijk dat je in ongeveer anderhalve pagina aangeeft hoe je tot het onderwerp bent gekomen: de aanleiding. Het is natuurlijk de bedoeling dat je dat al direct juridisch inhoudelijk aanpakt! Begin niet te persoonlijk en te oppervlakkig in de trant van ‘ik vind dat er te licht wordt gestraft in Nederland en daarom moeten de maximumstraffen veel hoger worden, nu krijgen criminelen vaak alleen maar een taakstraf’. Het is beter algemeen in te steken (‘De rechter heeft in Nederland van oudsher veel vrijheid in concrete strafzaken de hoogte van de straf te bepalen’) en te proberen in je aanleiding het onderwerp te introduceren (‘Enkele recente ontwikkelingen zoals de verhoging van de maximale tijdelijke gevangenisstraf van twintig naar dertig jaar hebben die vrijheid vergroot’), de lijn van de scriptie aan te geven (‘Dit heeft er echter niet toe geleid dat de rechter significant zwaarder is gaan straffen’), enkele beperkingen in je onderzoek aan te geven (‘De rechter is zelfs tot op heden vrij voor alle delicten die zijn bedreigd met een gevangenisstraf of een geldboete een taakstraf op te leggen’) en de lezer naar je probleemstelling te leiden (‘Is de taakstraf wel geschikt als sanctie bij ernstige delicten zoals moord en doodslag’). Let wel: de aanleiding zoals die hierboven met enkele zinnen is uitgewerkt, is natuurlijk veel te beknopt en te weinig onderbouwd.
De probleemstelling
Van de opzet is het schrijven van een goede probleemstelling verreweg het moeilijkste onderdeel. Je zal bijvoorbeeld in de loop van je scriptieonderzoek wel bemerken dat er de nodige haken en ogen zitten aan dit beginpunt van je scriptie, ondanks het feit dat je zoveel aandacht hebt besteed aan een goede probleemstelling. Waar het op neer komt is dat je bij aanvang van je scriptieonderzoek jezelf een probleem stelt, het probleem kort beschrijft en probeert aan te geven hoe je het probleem (en mogelijk de oplossing) gaat onderzoeken. Probeer maar eens in een alinea (zo’n tien à vijftien regels) heel scherp te formuleren waarom je het onderwerp dat je hebt gekozen problematisch vindt, waarom het probleem dient te worden opgelost en hoe jij denkt dat te gaan doen. Iets anders geformuleerd: je moet oog hebben voor de beschrijvende kant van je probleemstelling (Hoe ziet het probleem er feitelijk uit?), en voor de normatieve kant (Is dit een goede of slechte zaak? Waar zie ik mogelijke oplossingen?). Beide aspecten zijn bij je aanvankelijke probleemstelling alleen aangestipt, je gaat immers zoeken naar mogelijke oplossingen en je zal gedurende het schrijven van je scriptie onvermijdelijk je probleemstelling aanpassen.
De vraagstelling en de inhoudsopgave
Je probleemstelling leidt uiteindelijk tot één allerbelangrijkste onderzoeksvraag, de hoofdvraag, de vraag die je in je scriptieonderzoek gaat beantwoorden ten einde het door jou geconstateerde probleem op te lossen. Voor alle duidelijkheid: een probleemstelling is dan ook iets anders dan een vraagstelling. Voor het beantwoorden van die hoofdvraag heb je weer allerlei deelvragen nodig, die je logischerwijs in een bepaalde volgorde zal stellen. Het bijzondere aan deze deelvragen is dat zij in belangrijke mate de volgorde van je inhoudsopgave bepalen. Schrijf na je probleemstelling ook je vraagstelling uit door aan te geven wat je per hoofdstuk ongeveer wilt gaan onderzoeken. Je kunt proberen te vermijden een opsomming van vragen te geven (‘In hoofdstuk zal worden onderzocht…’; De aandacht gaat daarbij uit naar…’; ‘In navolging van deze paragraaf zal … verder worden behandeld’). De opsomming van vragen komt wel weer in je inhoudsopgave, vaak geven de genummerde hoofdstukken en de paragrafen namelijk je onderzoeksvragen in de juiste volgorde weer. Vaak passen de uitgewerkte vraagstelling en de inhoudsopgave precies op elkaar.
De voorlopige literatuurlijst
De voorlopige literatuurlijst die je tezamen met de scriptieopzet aanlevert bij de scriptiecoördinator zal minimaal zo’n twintig verschillende bronnen (artikelen, boeken, handboeken, jurisprudentie, internetbronnen, etc.) beslaan. Dit geeft weer hoeveel je al van het onderwerp hebt gelezen en wat het instapniveau van het onderzoek is. De beknopte inleiding tenslotte maakt duidelijk welke juridische, rechtspolitieke, maatschappelijke ontwikkelingen, of welk arrest, of welke strafrechtelijke relevante gebeurtenis voor jou de aanleiding hebben gevormd om het gekozen onderwerp te problematiseren en te onderzoeken.
De scriptiecoördinator
Afspraak met de scriptiecoördinator
Nadat je een onderwerp hebt gekozen en je een eerste opzet van je scriptie hebt samengesteld, is het tijd om je tot de scriptiecoördinator Pınar Ölçer te wenden. Het is het makkelijkst als je haar een e-mail (scriptiestrafr@law.leidenuniv.nl) stuurt met daarin een korte introductie van jezelf en je eerste scriptieopzet in een los document als bijlage. De taak van de scriptiecoördinator is om de scriptieopzet marginaal te toetsen. Het onderwerp moet niet te ruim zijn en er moet iets blijken van het toetsend kader en zo zijn er nog veel meer problemen die al in een beginstadium de kop op kunnen steken. Bij goedkeuring van de scriptieopzet stelt de scriptiecoördinator vast wie de scriptie zal begeleiden. Daarna worden afspraken over het inleveren van stukken e.d. met de scriptiebegeleider gemaakt. Op de BB-omgeving voor master scripties strafrecht staat veel nadere informatie.
Het komt vaak voor dat een student zijn of haar scriptieopzet eerst nog wil bespreken voordat hij of zij een begeleider krijgt toegewezen, of dat de coördinator het nodig vind dat die eerste opzet wordt besproken en wordt aangepast. In dat geval wordt een afspraak gemaakt. Als je een afspraak wil maken, moet je een mail te sturen naar dhr. Bonis (w.bonis@law.leidenuniv.nl).
Zoeken naar een begeleider
Indien de scriptieopzet is goedgekeurd, zal de coördinator op zoek gaan naar een geschikte begeleider, waarbij het altijd mogelijk is dat de student zijn of haar voorkeur voor een bepaalde docent aangeeft. Nadat een docent heeft aangeven bereid te zijn een student te begeleiden, zal de scriptiecoördinator de student berichten dat hij of zij contact kan opnemen met de hem toegewezen scriptiebegeleider. En dat is dan het echte begin van een mooi scriptieonderzoek!
Scriptieplanning
Scriptiehandleiding Faculteit
Wanneer schrijven aan de scriptieopzet?
Het schrijven van een afstudeerscriptie levert een student de laatste 10 ECTS op. Voor het schrijven van de afstudeerscriptie is een periode van 280 uur in de Master gereserveerd in het tweede deel van het tweede semester (maart tot en met juni). Het is de bedoeling dat de studenten die instromen in september – het eerste semester van de Master – ook daadwerkelijk in maart met hun afstudeerscriptie beginnen. Dit betekent dat je de relatief rustige onderwijsperiode in januari aangrijpt om je te verdiepen in een onderwerp en je de scriptieopzet samenstelt.
Wanneer de scriptieopzet aanleveren?
Voor het collegejaar 2011/2012 wordt van elke Master-student verwacht dat hij zich vóór maandag 30 januari 2012 heeft gemeld bij de scriptiecoördinator met een scriptieopzet. In de periode tot aan maart 2012 kan de scriptiecoördinator dan aan de slag om een scriptiebegeleider te zoeken.
Planning van de begeleiding
Het is belangrijk om te weten dat in de periode van juli en augustus geen scriptiebegeleiding kan worden gegeven, aangezien dat de periode is waarin veel docenten op vakantie gaan en waarin zij voorts hun eigen onderzoek hebben te doen. Wil je derhalve in augustus afstuderen, zoals dat de bedoeling is volgens het Master-rooster, dan kan het niet anders dan dat je begint met je afstudeerscriptie in april, direct na het vak Privatissimum. Zo heb je vier maanden de tijd om intensief te schrijven, en kan je de maanden juli en (de eerste twee weken van) augustus gebruiken voor de laatste aanpassingen en het verkrijgen van goedkeuring door je scriptiebegeleider en de tweede lezer. Overigens kan door het grote aantal Master-studenten en de relatief kleine onderwijsstaf de duur van de scriptiebegeleiding niet langer dan vier maanden zijn. Houdt ook daar rekening mee met in de planning van het schrijven aan de scriptie.
Scriptieplanning voor de februari-instromers
Voor studenten die in het tweede semester van het collegejaar 2011/2012 instromen in de Master, is het de bedoeling dat zij in de periode die staat gereserveerd voor het daadwerkelijke schrijven aan de afstudeerscriptie (maart tot en met juni) zich gaan verdiepen in een onderwerp en de scriptieopzet samenstellen. Ondanks het drukke eerste semester van het collegejaar 2012/2013 dat zich dan nog aandient, kunnen zij in de tweede helft van dat semester toch voortvarend aan de slag met de afstudeerscriptie. Het is in elk geval de bedoeling dat deze studenten zich vóór 1 oktober 2012 melden bij de scriptiecoördinator met hun scriptieopzet.
Het begeleidingstraject
Het begin van de begeleiding
Nadat je door de scriptiecoördinator een begeleider hebt toebedeeld gekregen, kun je je eerste afspraak met je begeleider maken. Probeer dit zo snel mogelijk te regelen, de begeleidingstermijn begint namelijk te lopen op het moment dat je hebt gehoord wie je begeleider is. In een eerste begeleidingsgesprek is het goed te bespreken waar je met je onderzoek naar toe wilt, wat je wilt bereiken. Een gedegen scriptieopzet is een heel goed richtsnoer. De begeleider heeft zelf vast ook veel ideeën over het onderzoek en samen kunnen jullie een plan de campagne maken. De begeleider zal met een ander oog naar je scriptieopzet kijken dan de coördinator, veel meer inhoudelijk (de coördinator toetst de opzet marginaler). Het kan zijn dat je je opzet (opnieuw) moet aanpassen. Dat is soms lastig, maar het hoort wel bij het doen van onderzoek. In het eerste gesprek kan je alvast afspraken met elkaar plannen, deadlines voor het inleveren van hoofdstukken vaststellen, aangeven wanneer je wilt afstuderen en andere verwachtingen omtrent je scriptieonderzoek uiten.
Het maken van afspraken
Het scriptietraject veronderstelt dat je goed contact blijft houden met je begeleider. Het komt nog wel eens voor dat studenten vast komen te zitten en zich lange tijd niet meer (durven te) melden bij hun begeleider. Dat is gek, want je begeleider is er juist om je verder op weg te helpen. Zorg ervoor dat je consequent reageert op e-mails en dat je je afspraken nakomt, of dat je het op zijn minst gewoon eerlijk zegt als je het niet redt een bepaald hoofdstuk op tijd in te leveren. Mede vanwege het feit dat je 'groeit' in je onderwerp en er zoiets bestaat als een voortschrijdend inzicht dat je gedurende het schrijven van je scriptie ontwikkelt, is het goed om steeds een los hoofdstuk in te leveren, in plaats van in één keer de gehele scriptie. Dat laatste is ook niet toegestaan: het betekent voor je begeleider veel nakijkwerk in één keer, met voor jou het risico dat het helemaal over moet, en de scriptie is bijvoorbeeld ook lastig te controleren op plagiaat.
Eindbeoordeling
Na diverse begeleidingsgesprekken en beoordelingsmomenten kom je zover dat je een eindversie van de scriptie gaat aanleveren. Deze eindversie wordt niet alleen beoordeeld door je begeleider, maar ook door een zogenoemde 'tweede lezer'. Deze tweede lezer is al aan het begin van je begeleidingstraject aangewezen door de coördinator, vaak geheel willekeurig. De tijd die nodig is voor de eindbeoordeling is minimaal twee weken, tenzij daar afwijkende afspraken over zijn gemaakt met je begeleider. Dit betekent dat je bij het aanvragen van je afstuderen voor een bepaalde rekening dient te houden met die leestermijn. Voor de beoordeling van de eindversie is het noodzakelijk dat je drie stuks van de - al dan niet ingebonden - papieren versie inlevert bij je begeleider (niet alleen voor de twee beoordelaars, maar ook één voor het archief). Je kunt dan niets meer aan de scriptie veranderen. Naast de papieren versie vragen we je een digitale versie aan te leveren, in pdf-formaat. Dit document kun je naar Wim Bonis mailen (), die het archief voor het Instituut voor Strafrecht beheert. Het is niet nodig op de digitale versie al je gegevens te vermelden: adresgegevens en telefoonnummers kunnen achterwege blijven. Het moet wel duidelijk zijn wie de scriptie heeft geschreven (naam, studentnummer), wanneer je bent begonnen met de scriptie en wie de eerste en tweede lezer zijn geweest. In het eindgesprek dat je met je begeleider hebt, krijg je te horen met welk cijfer de scriptie is gehonoreerd en kan je over de scriptie en het begeleidingstraject napraten. Je begeleider levert de papieren versie(s) in bij Wim Bonis, tezamen met de twee beoordelingsformulieren (van je begeleider en van de tweede lezer) en met het cijferbriefje. Je krijgt zelf een afschrift van dit cijferbriefje en daarmee kun je je melden bij het Onderwijs Informatie Centrum (OIC) om je afstuderen aan te vragen. Een voorbeeld van een beoordelingsformulier voor de Master-scriptie is als bijlage aan dit bericht gehecht.
Afstuderen!
Het afstuderen van rechten is altijd op de laatste donderdag van de maand, tenzij er iets bijzonders op die donderdag is. In december is het afstuderen altijd op de laatste donderdag voorafgaand aan Kerstmis en op Hemelvaartsdag is er bijvoorbeeld nooit een afstudeersessie ingepland. Om in een bepaalde maand te kunnen afstuderen, dien je twee weken vóór de afstudeerdatum je cijfers te hebben ingeleverd en je afstuderen te hebben aangevraagd (denk ook aan de leestermijn!). Stel dat je op donderdag 28 juni 2012 wilt afstuderen, dan moet je alles hebben geregeld uiterlijk op donderdag 14 juni 2012 en eind mei je eindversie hebben ingeleverd. Houdt rekening met mogelijke afwijkende sluitingstijden van het OIC.
Veel succes!
We hopen dat je zo genoeg informatie hebt om alvast te gaan nadenken over het schrijven van een afstudeerscriptie. Mocht je vragen hebben of graag van gedachten willen wisselen over een mogelijk scriptieonderwerp of een scriptieopzet, dan weet je de scriptiecoördinator te vinden.