Studieomvang en niveaus

De omvang van het studieprogramma en van afzonderlijke vakken wordt aangegeven in ects (European Credit Transfer System).

De omvang van de studieprogramma’s in de bachelor/masterstructuur is als volgt:

  • de propedeuse (1e studiejaar bacheloropleiding) omvat 60 ects;
  • een driejarige bacheloropleiding omvat in totaal 180 ects;
  • een éénjarige masteropleiding omvat 60 ects.  


In het European Credit Transfer System staat één ects voor ca. 28 uur studie (dit omvat zowel het volgen van onderwijs als zelfstudie). Eén studiejaar telt 60 ECTS-punten, dus ca. 1680 studie-uren. 

Dit alles is vanzelfsprekend gebaseerd op gemiddelden. Individuele studenten zullen in de praktijk soms wat meer, soms wat minder studie-uren nodig hebben. Er zijn normen ontwikkeld voor het bepalen van de studielast van een vak: er wordt gekeken hoeveel inspanning (uitgedrukt in aantal pagina’s verplichte literatuur) een student geacht wordt te leveren voor 1 ects. Hierbij wordt rekening gehouden met de tijd die nodig is voor het volgen en voorbereiden van het onderwijs en het maken van opdrachten. Ook wordt er onderscheid gemaakt naar soorten literatuur – makkelijk of minder makkelijk leesbaar – en de taal waarin deze is geschreven, en of de inhoud tot in detail moet worden beheerst of alleen in grote lijnen. De normen zijn gepubliceerd op de facultaire website.

In alle vakbeschrijvingen van de bachelor/masteropleidingen worden ects gebruikt.

Niveau van vakken

Naast de studieomvang in ects is in iedere vakbeschrijving wordt ook het niveau van het vak aangegeven, aan de hand van een abstracte categorisering. Hiervoor wordt een Amerikaans systeem met zes categorieën (100 t/m 600) gebruikt.

  • Niveau 100: inleidende cursus, voortbouwend op het niveau van het eindexamen VWO. Kenmerken: onderwijs gebaseerd op stof in handboek of syllabus, didactisch gestructureerd, met oefenstof en proeftentamens; begeleide werkgroepen; accenten in studiestof en voorbeelden in colleges.
  • Niveau 200: cursus met inleidend karakter, geen specifieke voorkennis maar wel ervaring met zelfstandig studeren. Kenmerken: leerboeken of ander onderwijsmateriaal van min of meer inleidend karakter; colleges bijv. in de vorm van capita selecta, zelfstandige bestudering van de stof wordt voorondersteld. 
  • Niveau 300: cursus voor gevorderden (ingangseis niveau 100 of 200). Kenmerken: leerboeken die niet speciaal voor onderwijs hoeven te zijn geschreven; zelfstandige bestudering van de tentamenstof; bij tentamens zelfstandige toepassing van de leerstof op nieuwe problemen. 
  • Niveau 400: gespecialiseerde cursus (ingangseis niveau 200 of 300). Kenmerken: naast een tekstboek gebruik van vakliteratuur (wetenschappelijke artikelen); toetsing (mede) d.m.v. een klein onderzoek, een referaat, of een schriftelijk werkstuk. Cursussen op dit niveau kunnen in zekere mate ook deel uitmaken van het curriculum van de masteropleiding.  

Bachelorfase:

In het eerste jaar van de bacheloropleidingen hebben de vakken een niveau van 100 of 200, in het tweede jaar een niveau van 200 of 300 en in het derde jaar van 300 of 400.

Masterfase:

  • Niveau 400: gespecialiseerde cursus (zie onder bachelor)
  • Niveau 500: wetenschappelijk georiënteerde cursus (toegangseis: de student is toegelaten tot een masterprogramma; voorbereidende cursus op niveau 300 of 400 is gevolgd). Kenmerken: bestudering van wetenschappelijk geavanceerde vakliteratuur, bedoeld voor onderzoekers; toetsing gericht op probleemoplossing d.m.v. een referaat en/of werkstuk of eigen onderzoek, met zelfstandige kritische verwerking van het materiaal.
  • Niveau 600: zeer gespecialiseerde cursus (ingangseis niveau 400 of 500). Kenmerken: actuele wetenschappelijke artikelen; laatste vorderingen van het wetenschappelijk denken; zelfstandige bijdrage (scriptie-onderzoek) waarin een nog niet opgelost probleem wordt behandeld, met mondelinge presentatie.  

Laatst Gewijzigd: 15-07-2011